H.H. Ewaldenkerk

foto 1 - Cuyperstentoonstelling in het Nederlands Architectuurinstituut Rotterdam

foto 1 – Cuyperstentoonstelling in het Nederlands Architectuurinstituut Rotterdam

QR-code

Informatie over de kerk is hieronder te vinden, maar ook via de qr-code voor het kerkgebouw en op de website van Mijn Gelderland >routes>land van maas en waal>verhalen (externe link)

Ontwerpers Drutens hoogaltaar geïdentificeerd.

“Tot eer van den Allerhoogsten en tot roem van Druten” In 1877 kwam de Ewaldenkerk gereed. In de jaren daarna werd het interieur stukje bij beetje voltooid. De pastoor, het kerkbestuur en de bouwcommissie legden de lat hoog: het nieuwe godshuis moest hét visitekaartje worden van katholiek Maas en Waal “tot eer van den Allerhoogsten en tot roem van Druten”. De kerk werd rijk gedecoreerd en van een opmerkelijke inventaris voorzien. Uiteraard uit het atelier van Pierre Cuypers. Welke ontwerpers, beeldhouwers en schilders daarbij betrokken waren, leek niet te achterhalen. Tot aan de grote Cuyperstentoonstelling in het Nederlands Architectuurinstituut te Rotterdam (foto 1).

Een altaar, drie ontwerpen.

Het Cuypersarchief bevat een groot aantal schetsen van altaren, preekstoelen en beelden. Soms zijn ze voorzien van de naam van een kerk, maar vaak ook niet. Voor de Cuyperstentoonstelling brachten de conservatoren, Linda Vlassenrood en Suzanne Kole, voor het eerst drie varianten van een tot dan toe niet geïdentificeerd vleugelaltaar in verband met de kerk van Druten.

foto 2 - Ontwerp hoogaltaar Pierre Cuypers en August Martin 1877 (NAi Rotterdam)

foto 2 – Ontwerp hoogaltaar Pierre Cuypers en August Martin 1877 (NAi Rotterdam)

De eerste tekening toont een retabel, dat qua opbouw inderdaad sterk lijkt op het Drutense hoogaltaar. De vier vleugels zijn echter voorzien van paneelschilderingen. Afgebeeld zijn de Zeven Smarten van Maria. De expositietroon boven het tabernakel wordt bekroond met een Calvariegroep, een motief dat bij meerdere Cuypersaltaren voorkomt en dat teruggaat op voorbeeldboeken van Viollet-le-Duc. Maar de hoge ruimte, waarin het altaar wordt gesitueerd, doet in het geheel niet denken aan de Ewaldenkerk. Bovendien past een Maria-thema niet bij een hoogaltaar in een kerk, die toegewijd is aan twee Engelse missionarissen. Weliswaar bestond hier volgens opgave van de pastoor in 1917 een “speciale devotie” tot Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten, maar of het bewuste altaar inderdaad voor Druten bedoeld was, waag ik te betwijfelen. Toch leverde deze schets niet alleen de inspiratie voor de retabel van het St. Jozefaltaar, maar ook de sleutel tot het geheim, wie er achter het ontwerp van het hoogaltaar schuil gaat. De tekening is namelijk gesigneerd en van een datum voorzien:“AF Martin 1877” (foto 2).

foto 3 - Ontwerp hoogaltaar Druten (NAi Rotterdam)

foto 3 – Ontwerp hoogaltaar Druten (NAi Rotterdam)

De tweede tekening is duidelijk van dezelfde hand. Deze schets is eerder wel eens in verband gebracht met de Onze Lieve Vrouw Geboortekerk te Oostrum Lb. Ze laat hetzelfde altaar zien. De kruisgroep boven de expositietroon is echter vervangen door een rijk gebeeldhouwde toren. Net als in Druten siert houtsnijwerk de in goud gevatte luiken. De voorstellingen van het offer van Abraham, het eten van het Paaslam, de Mannaregen in de woestijn en het offer van Melchisedek zijn voorafbeeldingen van de eucharistie en passend bij een hoogaltaar, waaraan niet alleen dagelijks de mis zou worden gelezen, maar waar ook het Heilig Sacrament wordt bewaard (foto 3).

foto 4 - Ontwerp hoogaltaar, triomfkruis en triomfboog Druten (NAi Rotterdam)

foto 4 Ontwerp hoogaltaar, triomfkruis en triomfboog Druten (NAi Rotterdam)

De derde, niet gesigneerde variant, heeft blijkens het opschrift ondubbelzinnig betrekking op Druten. Altaar, triomfkruis en de beschilderde triomfboog met de triomferende Christus omringd door Willibrord, Bonifatius en de beide Ewalden, vormen een Gesamtkunstwerk, dat qua thematiek duidelijk is toegesneden op de Ewaldenkerk (foto 4).

Auteurs ontraadseld

foto 5 - Handtekeningen Pierre Cuypers en August Martin (Kerkarchief Druten)

foto 5 – Handtekeningen Pierre Cuypers en August Martin (Kerkarchief Druten)

Bij toeval ontdekte Jan Daamen op de zolder van de pastorie een zwaar beschadigd fragment van dezelfde tekening, maar nu voorzien van de handtekeningen van de ontwerpers: PJH Cuypers en AF Martin 1877 (foto 5). Daarmee staat het dubbele auteurschap van dit ensemble vast. Het altaar is ontworpen door Cuypers en de chef van zijn atelier, de getalenteerde Duitse kerkschilder August Martin. Cuypers is voor menigeen een oude bekende, maar wie is in godsnaam die August Martin? Martin behoort tot de groep van negentiende-eeuwse kunstenaars die zich met hart en ziel aan de herleving van de middeleeuwse kunst wilden wijden. Met hem zijn we beland in het hart van de Europese neogotische beweging en het katholieke reveil.

Een begaafde colorist uit het Rijnland

foto 6 - August Martin (bron: De Maasgouw jrg 121/1)

foto 6 – August Martin (bron: De Maasgouw jrg 121/1)

foto 7 - Interieur Blauwe Kamer Kasteel Loppem B met muurschilderingen van Martin (bron De Maas-gouw jrg 121/1)

foto 7 – Interieur Blauwe Kamer Kasteel Loppem B met muurschilderingen van Martin (bron De Maas-gouw jrg 121/1)

August Martin (foto 6) komt op 2 november 1837 ter wereld in Grosz Umstadt (Hessen). Al vroeg trekt hij de aandacht van August Reigensperger. Deze door-en-door katholieke schrijver en politicus is dé drijvende kracht achter een van de meest tot de verbeelding sprekende bouwprojecten uit de negentiende eeuw: de voltooiing van de Dom van Keulen. Reichensperger ziet in Martin een uitermate bruikbaar talent voor de decoratie van de nieuwe gotische kerken, die in die jaren als paddenstoelen uit de grond rijzen. Nog belangrijker voor Martin is zijn kennismaking in Kiedrich met de katholiek geworden Engelse edelman John Sutton of Norwood. Deze groeit al snel uit tot een vaderfiguur en mecenas. Hij laat de jongen – geheel op zijn kosten – studeren bij de Belgische architect Jean Baptiste Béthune. Die brengt hem op het spoor van de grote Engelse neogoticus Augustus Welby Northmore Pugin, de ontwerper van de Houses of Parliament en Big Ben in Londen. Zelfstudie en reizen vergrootten Martins kennis van de middeleeuwse kunst. Zijn grote voorbeeld waren de Duitse primitieve schilders uit de veertiende en vijftiende eeuw. Tussen 1860 en 1873 werkt Martin als protégé van Sutton afwisselend in België (foto 7) en het Rijnland, waarbij hij zich vooral liet inspireren door de Duitse primitieve schilderkunst uit de veertiende en vijftiende eeuw. Hij ontwerpt beschilderingen, interieurs en complete altaren, waarbij hij het snijwerk overlaat aan beeldhouwers. Een drieluik van zijn hand met daarop de Piëta omringd door de heilige Agustinus en aartsengel Michael hangt in de St .Augustinuskerk in Ramsgate (Engeland), een cadeautje van Sutton aan de familie Pugin. Kunst in dienst van de religie.

In dienst van Cuypers

Tijdens zijn studie in Antwerpen heeft Cuypers begrepen, dat je voor de moderne kerkelijke schilderkunst in Duitsland moet zijn. Een reis door het Rijnland in 1850 sterkt hem in die mening. In zijn atelier werken dan ook vanaf het begin al veel Duitse schilders. Onder invloed van Pugin en Viollet-le-Duc en Pugin veranderen Cuypers inzichten over de polychromie voortdurend: hij gaat op zoek naar een “echt middeleeuwse” stijl. Tijdens de restauratie van de Dom van Mainz in 1873 komt hij Martin op het spoor. Het was voor deze schilder een beroerde tijd. Zijn weldoener, Sir John Sutton, was overleden en in Duitsland woedde de Kulturkampf in volle hevig-heid. Maar al te graag accepteerde hij daarom Cuypers’ aanbod mee te gaan naar Roermond. Martin voerde daar als chef de artistieke leiding over Cuypers’ gerenommeerde atelier en Gods eigen architect werd peetoom van drie van Martins kinderen. In 1879 scheiden zich hun wegen: Martin begon voor zichzelf. De reden van het vertrek is niet duidelijk. Kwaadwillige bronnen kwalificeren Martin als een begaafde kunstenaar, maar als een slechte zaakwaarnemer. Maar wat mogelijk echt de doorslag gaf: de opvattingen van beide heren liepen steeds verder uiteen. Cuypers’ polychromie werd kleurrijker, terwijl Martin bleef vasthouden aan het beperkte kleurengamma van de Duitse primitieven.

foto 8 - Ontwerp hoogaltaar Freiburg (bron: Gothic Revival)

foto 8 – Ontwerp hoogaltaar Freiburg (bron: Gothic Revival)

foto 9 - hoogaltaar Druten (Peter Fontijn)

foto 9 – Hoogaltaar Ewaldenkerk Druten (Peter Fontijn)

In 1887 keerde Martin terug naar Duitsland, (foto 8) waar hij in 1901 overleed. In zijn15 Roermondse jaren maakte Martin een reeks van kruiswegstaties, altaren, ontwerpen voor gebrandschilderde ramen, die nog steeds Luikse en Duitse kerken sieren. In Nederland leek zijn werkterrein vooral beperkt tot Limburg. Het Drutense hoogaltaar is voor zover bekend zijn enige werk buiten deze provincie (foto 9).

 

 

 

 

Literatuur: A. Jacobs – De begaafde colorist uit het Rijnland in De Maasgouw jrg 121/1 A. Jacobs – Leben und Wirken des Kirchenmahlers August Martin in: Gothic Revival, Religi-on Architecture and Style in Western Europe ed. Jan De Maeyer en Luc Verpoest. Leuven 200
 
Jan Dekkers