Broeders en zusters,
Zestien jaar geleden vertrok ik samen met een paar studiegenoten naar India om daar te gaan studeren. Natuurlijk gingen we niet enkel om te studeren, maar ook om iets van het land te zien en al backpackend trokken wij door het prachtige veelkleurige noorden van India, bezochten we mysterieuze steden, tempels en we ontmoetten bijzondere mensen. Maar naast al die pracht en praal werden we ook geconfronteerd met het kastesysteem, absolute armoede en de enorme nood bij de paria’s. Zelf zag ik niet in wat je in deze situatie als christen zou kunnen doen, want alles leek als een druppel op een gloeiende plaat. Bovendien word je ook nog eens door het kastesysteem, de lokale politiek en culturele opvattingen tegengewerkt.
Dit was tenminste mijn mening totdat ik een bijzondere vrouw ontmoette. Ze was een Amerikaanse en haar accent onthulde dat ze uit Texas kwam. Nadat we in gesprek waren gekomen, vertelde ze ons haar levensverhaal, hoe zij en haar man – een predikant – elk jaar naar India gingen om het schooltje te bezoeken dat zij met hun gemeente sponsorden. Na de dood van haar man had ze echter een drastisch besluit genomen, want enkel op afstand helpen was voor haar niet genoeg. Ze had alles wat ze bezat verkocht en was naar India vertrokken om de armen en kastelozen te komen helpen. “Christus”, zo vertelde ze, “had haar naar Calcutta geleid, de armste stad van India waar sommigen naakt op straat leven, omdat ze zelfs geen geld voor kleding hebben”. Maar, zo vroegen wij, “hoe red je jezelf als vrouw alleen in Calcutta, een stad met niet alleen armoede, maar ook veel criminaliteit en geweld tegen vrouwen, vooral westerse vrouwen?” We waren verbluft, want iedereen had ons afgeraden om naar Calcutta te gaan, een stad waar je als Westerling ook niet wil komen. Maar zij, zij vertrouwde op Jezus, want het was de heilige Geest die haar had bezield, bewogen had om dit te doen. Het was goed, zo voelde zij aan, en God zou haar beschermen.
De Geest, één van de personen van de Drie-eenheid, waar wij als gelovigen niet zoveel mee kunnen. Het is zelfs een raar woord. Op het eerste gezicht kleven er ook nare aspecten aan. Spookachtige zelfs, maar ook wazige, onaardse, zweverige. Om het woord zuiver te gebruiken moet je dus eerst heel wat ballast van je afschudden, het vrijmaken van stof en andere aanklevingen.
Eén ding weet ik in ieder geval wel: de klassieke talen – het Hebreeuws, het Grieks en het Latijn – drukken het concept ‘geest’ uit in veel sprekender en beeldender woorden. Het zijn woorden waarbij je je iets voorstelt. Woorden die de essentie weergeven. Alle drie de woorden, ruach, pneuma en spiritus, betekenen in eerste instantie: wind of adem.
Ook in het Evangelieverhaal van eerste Pinksterdag zegt Jezus tegen zijn leerlingen niet enkel: ontvang de heilige geest. Hij laat zijn woorden daarbij vergezeld gaan met een indrukwekkend gebaar: Hij blaast over hen. Hij omhult het geschenk van de geest met zijn adem. Wanneer u deze scene goed tot u laat doordringen, dan herinnert u zich misschien wat er gebeurde toen God de mens schiep. Toen boetseerde God de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde maakte hij hem, en blies hem levensadem , ‘ruach’, in de neus. Sinds dit verhaal weten we, dat onze adem heilig is, één is met Gods eigen adem, Zijn levenskracht. En al eerder lazen we hoe op de eerste dag van de Schepping Gods Geest over de wateren zweefde. Het evangelieverhaal van vandaag voegt daar aan toe: die levensadem van de Eeuwige mengt zich vandaag met de geest van Jezus.

Genesis 1:2
De woorden levensadem en wind staan symbool voor de mysterieuze kracht die we niet kunnen grijpen, maar die wel invloed op ons leven uitoefent. Typerend voor de wind is dat je haar kracht zelf niet ziet, maar wel de werking en de gevolgen van die kracht. Je ziet de bladeren over de straat waaien en de takken buigen. Daarnaast beluisteren we er de ‘adem’ in waarvan wij leven.
Het verschil met het woord ‘geest’ is dat ruach, pneuma en spiritus zintuiglijke woorden zijn. Woorden die datgene wat ze willen weergeven ook meteen oproepen. Ze maken een zweverig begrip tot een concreet en tastbaar fenomeen. Je voelt ze door je haar strijken en door je heen waaien. Het woord Geest is dan een uitdrukking van het besef van het mysterie, van de energie die alles doorademt maar die zelf onzichtbaar blijft. Net als bij die Amerikaanse vrouw in India overkomt deze bezieling, door het inademen van deze levensadem, je. Het sleept je mee en laat je niet meer los. Er ontwaakt een verlangen in je naar zin en betekenis, naar een volwaardig mens-zijn… Je bent op sleeptouw genomen door een onzichtbare kracht. Gejaagd door de wind, zogezegd.
Voor deze Amerikaanse vrouw, die net haar man had verloren, was er ook sprake van iets ongedachts, een geschenk. Er valt je iets toe wat je zelf nooit zou kunnen bedenken. Je wordt aangeraakt door een troostende bries van buiten.
Maar bovenal kan de Geest niet losgekoppeld worden van de Liefde. Zij is de meest onderbewuste en onpeilbare drijfveer. Want wat doet een mens in dit evolutionair bepaalde leven verlangen naar liefde? Sterker nog: wat stelt hem in staat om, dwars tegen alle overlevingsdrang in, toch van zichzelf af te zien en lief te hebben? De liefde is wel het grootste mysterie van het universum.
Geen wonder dat de mens zoekt naar woorden en vooral beelden om het geheimzinnige proces te duiden waaraan hij deel heeft en waarvan hij deel is. Geen wonder ook dat hij is uitgekomen bij de ‘wind’ en levensadem. De Geest, als iets zelfstandigs, bestaat niet. Johannes laat Pasen en Pinksteren dan ook bewust op één dag vallen. Het is immers Paaszondagavond als Jezus tegen zijn leerlingen zegt: ontvang de heilige geest. Jezus zegt namelijk tegen Zijn leerlingen dat hij nog in hun tijd zou terugkeren en vervolgens, tijdens Pasen, blaast Hij hun de levensadem in. In de Geest, door een onzichtbare kracht met een zichtbare werking, zijn wij vervolgens verbonden met God. In gewone mannen en vrouwen is Christus door de Geest werkzaam, leeft Hij. De Geest doorbreekt alle kaders. In het Johannesevangelie breekt het christelijk geloof uit zichzelf.
Als Pasen de bevrijding van zonde en schuld inhoudt, dan is Pinksteren: de geboorte van het wereldwijde volk Gods, een universele geloofsgemeenschap die in liefde leeft, verbonden door de Geest met de Eeuwige God. Amen
Roman Gruijters, pastoraal werker