Beste parochianen en bezoekers van de website van de parochie. Een nieuwe vaste rubriek introduceren wij en deze staat open voor iedereen. Bent u dichterlijk ingesteld of heeft u spreuken en gezegden die wijsheden bevatten waar u een ander deelgenoot van wilt maken stuur dan deze naar info@parochiefranciscusenclara.nl.
We hopen elke maand nieuwe persoonlijke gedichten en wijsheden van lokaal talent te mogen plaatsen op onze site. De naam van de auteur is bij de parochie bekend en zal niet worden gepubliceerd om motiverende redenen.
GEDICHT “VINDPLAATS VAN WAARHEID”
Zij die de heer liefhebben zien de waarheid geopenbaard
God zit in alle kennis verscholen.
Hij die zoekt naar wijsheid kan zich warmen aan zijn haard
De dwaas wordt verbannen naar duistere holen
De wijsgeer kan van wat hij zaait zevenvoudig oogsten
In zijn geluk walst de nar het are vlak
Inzicht doet lijden gelijk de zonsopkomst in het oosten
In genoegzaamheid rust de dolende op zijn gemak
Dwazen en narren allen gingen zij verloren
Door gelukzaligheid is men blind geslagen
De wijsheid van het lijden kan men niet verdragen
De waarheid van de heer wil men niet horen
Als de wind waart zij rond over de aarde,
nergens vind zij haar rust.
Raast rond over de kade,
slaat schepen stuk op de kust.
Thans is zij als een zomerbriesje,
haar toorn verwoestend als de noordwester wind.
Delicaat gelijk een madeliefje,
een rots voor een ieder die vrede bij haar vindt.
Het leven is als een sluier die de waarheid verhult,
zij die lijden aanschouwen haar met één oog.
Het zwart omrande is wat haar verguld,
met de laatste adem stijgt de mist omhoog.
Zij die sterven wacht het eeuwige ontwaken,
met de waarheid als altijd schijnende lichtbaken.
U laat mij niet verdwalen op donkere verwrongen paden
Blind lopend door diepe dalen
Met uw geest trotseer ik innerlijke gevaren
Het bestaan is als een eeuwige nacht
Gezegend de ziel die de heer verwacht
Hij verheft wat door mensen word veracht
EEN NIET RELIGEUS GEDICHT – VERLANGEN
Haar licht schijnt door mistige vergezichten, in de tijd galmen haar gezangen, ondanks dat zij de nacht niet kon verlichten, bleef hij naar dat straaltje licht verlangen.
Het vuur van wat ooit was rest nu alleen het kool der vergankelijkheid, ik zal staren in de as tot wij elkaar weder zien in de eeuwigheid.