Verbintenis met de kerk

Marijke Bennik ontvangt op zondag 1 oktober a.s.in de Ewaldenkerk te Druten een onderscheiding van de Nederlandse Gregoriusvereniging ter gelegenheid van haar 40-jarig kerkkoor-lidmaatschap.
Als we Marijke Bennik telefonisch benaderen voor dit artikel staat ze er niet echt om te springen zegt ze, bescheiden als ze is. Des te fijner dat ze er toch mee instemt. Ze staat actief in het leven en blijkt een goedgevulde agenda te hebben.
Marijke is alweer heel wat jaren weduwe maar ziet er nog zeer jeugdig uit. Haar man was naast zijn werk ook heel actief in het maatschappelijke en kerkelijke vrijwilligersleven. Hij is begraven dicht in de buurt van een kleindochtertje. “Het oppassen op de kleinkinderen die toen nog klein waren, gaf echt voldoening en heeft me erdoorheen gehaald.” Haar drie kinderen en vier kleinkinderen wonen niet ver en weten de weg naar Marijke goed te vinden, komen altijd trouw.
In haar werkzame leven was ze kraamverzorgster. In haar geboortedorp zong zij al in een jongeren-kerkkoor. Zij woont al vele jaren in Puiflijk, maar met de stap naar kerk en koor in Druten had ze geen moeite want ze bevindt zich eigenlijk altijd al als het ware met een been in Puiflijk en het ander in Druten: de voorkant van haar huis is in Druten en de achterkant bevindt zich als het ware in Puiflijk. Van achteruit de tuin wijst ze waar het naambord Puiflijk aan de straat staat. Binnen heeft ze een mooi kruisje en een Maria-met-Jezus afbeelding aan de muur.
Marijke, die sopraan zingt, heeft meer dan 35 jaar gezongen bij het dames-kerkkoor Sonore in Puiflijk o.l.v. Cor van Dongen, later John den Biesen en vervolgens Theo Derks. Het koor telde 35 leden en komt nog steeds eenmaal per jaar voor een lunch bij elkaar. Zij namen deel aan een zangconcours in Gelderland waar ze eindigden in de groep ‘uitmuntend’.
Zij werd voor dat koor gevraagd en ook voor kerkkoor De Cantorij in Druten o.l.v. André van Dijk en voorheen Ad Versteden, waar ze nu al meer dan vijf jaar met veel plezier zingt. Ze vindt het een gezellige club en met de Ceciliaviering doet ze mee aan sketches en voordrachten. En ze vindt dat het zingen verbroederend werkt en ook dat het een verbintenis met de kerk geeft vindt zij belangrijk en niet zozeer in welke woonplaats de kerk zich bevindt. “Mijn moeder, die ook in een kerkkoor zong, zei altijd: zingen is bidden voor twee.”
Marijke, die in nog drie andere koren zingt, gaat ermee door zolang ze kan.