
Het woord ‘aimabel’ lijkt welhaast uitgevonden voor koster Hans Gubbels. Hij is van het bescheiden en dienstbare type. We worden zeer hartelijk welkom geheten in zijn gezellige woning. En we zijn niet alleen, er is een extra ‘gesprekspartner’ die zijn mondje roert: Tommy de groene grasparkiet horen we duidelijk ‘kusjes, kusje’ zeggen. Hans en Tommy begrijpen elkaar. Hans heeft heel vaak vogels gehad, van zebravinkjes tot goudfazanten, en is een paar keer kampioen geworden met witte kanaries. Hij woont letterlijk op een steenworp afstand van de Ewaldenkerk en is daar al zo’n 18 jaar koster.
Pastoor Karel van Roosmalen deed indertijd een dringend beroep op hem omdat een andere koster ermee stopte en ondanks dat Hans het erg druk had, heeft hij uiteindelijke geen nee gezegd. Hij doet het ook graag, vindt het mooi werk, maar soms is het wel erg druk. Hans kon het met alle pastoors die hij heeft meegemaakt goed vinden maar vindt het werken met de huidige pastoor Zimmermann wel heel fijn.
We bekijken met interesse de foto’s in de huiskamer. Zijn vrouw Ger is helaas overleden, in 2018. Hans heeft daar nog steeds moeite mee. Ze deden alles samen, hadden met 18 jaar al verkering en gingen ook altijd samen naar de kerk. Haar gedachteniskruisje hangt aan de muur met een rozenkrans van mooie stenen uit China eromheen. Op haar grafsteen staat: “Waar liefde is, bestaat geen voorbij”. Daar zit eigenlijk alles in. Hans heeft een dochter in Druten met twee kleindochters en een zoon in Batenburg met een kleinzoon en een kleindochter.
Behalve het kosterwerk zit Hans ook in de tuinploeg van de pastorietuin. Hij doet graag organiserend werk en heeft altijd veel met en voor mensen gedaan.
Hans is geboren op het Javaplein waar het toen nog gedeeltelijk onverhard was en waar je nog goed kon hoepelen, vliegeren en tollen want er kwam maar af en toe een auto voorbij en die hoorde je dan ook van verre al aankomen. De lagere school, Aloysius-school, was 20 minuten lopen en onderweg gingen ze elke dag eerst om 8.15 uur naar de mis. Er waren toen nog twee missen per dag. Op zijn 13e jaar verloor hij zijn vader aan longkanker. Hans is altijd technisch geweest en is begonnen met de ambachtsschool en werd vervolgens machinaal meubelmaker. Bij het meubelbedrijf stelde hij als 17-jarige al de machines voor de volwassen werknemers. De eerste meubels in het begin van zijn huwelijk waren door hem zelf gemaakt.
Met 18 jaar ging Hans voor anderhalf jaar in dienst, eerst in Vught, later in Maastricht. Daar is hij gedrild en heeft daar naar eigen zeggen nog steeds profijt van, “daar wordt je een man van”. Hij was schutter bij de mortieren en korporaal.
Vervolgens kwam hij te werken bij elektriciteitsmaatschappij de PGEM waarvoor hij eerst wel een aantal cursussen moest volgen. Hij werkte overal in de bekende elektriciteitshuisjes, altijd samen met een of twee anderen want daar staat 10.000 volt hoogspanning op en je moet elkaar zo nodig kunnen corrigeren en helpen. De laatste 10 jaar was hij incasseerder en hij kon zo makkelijk met alle mensen omgaan dat zelfs de lastigste incasso-gevallen gewillig betaalden.
Naast zijn werk heeft Hans enorm veel vrijwilligerswerk bij verenigingen gedaan waarvoor hij later en lintje ontving. Een greep: hij was trainer bij Dio waar hij maar liefst 60 jaar lid was en heeft het dameselftal en de jeugd getraind, was voorzitter bij het Oranjecomité en was voorzitter van de carnavalsvereniging waarvan een jaar prins Carnaval.
Bij het afscheid nemen is het inmiddels donker geworden. We zien het oranje-verlichte kruis op de Ewaldenkerk. Hans vertelt dat daar zo’n 8 jaar geleden iets aan gerepareerd moest worden. Daaraan voorafgaand moest er dan wel de elektrische spanning af zijn. Hans is toen in de binnenkant zó hoog in de torenspits geklommen om met een hendel de elektrische spanning van het kruis af te halen dat hij aan beide schouders de binnenkant van de top van de toren voelde daar waar bovenin de torenspits op z’n smalst is net onder het te repareren kruis. Hij kent de kerk dus van binnen en van buiten.